|
rivieren, grind- en
steenwoestijnen en gletsjers.
IJslanders spreken oud-Noors. Het is de oorspronkelijke
taal die door de eerste eilandbewoners gesproken werd.
Tegenwoordig spreken en verstaan de meeste IJslanders
Engels.
Veel IJslanders werken in
de visserij en de visverwerkende industrie, deze sector
neemt daarom ook ca. 72% van de uitvoer voor zijn
rekening. Men richt zich vooral op de haring- en
kabelvangst. De kabeljauw wordt ingevroren, gezouten of
gedroogd en is voornamelijk voor de export bestemd. De
haring wordt voornamelijk tot vismeel en visolie
verwerkt. De uitvoer van vis is echter erg gevoelig door
de veranderingen en schommelingen van de prijzen, vanuit
de overheid worden dan ook pogingen gedaan de economie
een bredere basis te geven. Men verwacht daarom veel van
de ontwikkeling van geothermische energie en het gebruik
van waterkracht.
IJsland heeft geen fossiele brandstoffen zoals gas, olie
of steenkool, deze moeten daarom ook ingevoerd worden.
Dat geld ook voor allerlei machines, drank en tabak. De
belangrijkste handelspartners zijn de Verenigde Staten,
het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Japan, zij kopen
van IJsland vooral vis, kunstmest, aluminium en
ijzerverbindingen.
Er is ook landbouw op IJsland, deze bestaat vooral uit
veehouderijen, tuinbouw en akkerbouw. Een klein deel van
het land, ongeveer 10%, is geschikt voor akkerbouw. Dat
komt omdat een groot deel van het land bestaat uit
bergen, lavavelden, gletsjers en puinwoestijnen. Men
teelt er voornamelijk aardappelen, suikerbieten, rapen
en kolen.
Rond de hoofdstad vind je ook tuinbouw die bestaat uit
het telen van bloemen, tomaten, druiven, komkommers en
verschillende zuidvruchten. Deze kassen worden verwarmd
met het warme water vanuit de bodem.
Ruim 22 % van het landoppervlak wordt gebruikt voor de
veeteelt, en dan vooral de rundveehouderij en
schapenteelt. De rundveehouderij zorgt voor de
melkproductie en de schapenteelt voor het vlees en de
wol. Zo kan het land in de eigen behoeften aan vlees- en
melkproducten voorzien. De wol, en dus ook de
textielindustrie, neemt ook een belangrijke plaats in de
IJslandse economie.
De overheid heeft met enkele maatregelen wel het aantal
schapen weten terug te dringen om de overproductie van
vlees te beperken, maar ook een ander groot probleem, de
erosie een halt toe te roepen. Daarom propageert de
overheid ook bebossing om de bodemerosie te voorkomen.
Toerisme is tegenwoordig ook een grootte bron van
inkomsten. Het land wordt jaarlijks door bijna 300.000
mensen bezocht, zij komen af op het ruige landschap met
de indrukwekkende geisers, vulkanen en watervallen.
IJsland heeft niet
officieel de commerciële walvisjacht afgezworen, maar in
augustus 2007 maakte de minister van Visserij bekend dat
hij geen nieuwe vangstquota zal vaststellen voor de
walvisjacht, omdat er geen markt meer is voor het vlees.
Aan het begin van de 21ste
eeuw maakte de IJslandse financiële sector een snelle
groei door
en het vormde uiteindelijk zelfs ongeveer een derde deel
van de totale economie.
IJslandse banken waren actief in landen als het Verenigd
Koninkrijk en Nederland en door het bieden van een
aantrekkelijke rente wisten ze vele spaarders over te
halen om bij hen een rekening te openen. Toen kwam de
kredietcrisis en kwamen vele banken wereldwijd in de
financiële problemen, zo ook op IJsland. De banken
konden niet meer aan hun verplichtingen voldoen en een
groot aantal klanten deed een beroep op het
"garantiestelsel" dat was opgezet om met name kleinere
spaarders te beschermen tegen een faillissement van de
bank. Ook de overheid was niet in staat om alle
ingelegde gelden terug te betalen.
IJsland kreeg een lening aangeboden zodat het land
alsnog aan alle verplichtingen kon voldoen. Maar de
aflossing van die schuld zou nog vele jaren een zeer
negatieve invloed kunnen hebben op de IJslandse
economie. |