|
|
|
|
|
GESCHIEDENIS VAN
IJSLAND |
 |
|
Nadat IJsland zo'n 20
miljoen jaar geleden geologisch is ontstaan is het
eiland lang onbewoond gebleven.
Op IJsland zijn Romeinse munten gevonden, daterend
uit 300, waaruit af te leiden valt dat zeevaarders
uit Engeland het eiland hebben bezocht. Engeland was
toen een Romeinse kolonie. Ze hadden het in die tijd
over Thule, het noordelijkste eiland van de wereld.
Het is niet bewezen dat met dit noordelijkste eiland
IJsland wordt bedoeld, maar Thule was de eerste naam
van IJsland en werd in de middeleeuwen gedurende
enige jaren gebruikt. Het is waarschijnlijker dat
men Noorwegen bedoelde, omdat men spreekt over een
welvarend land met honingbijen en veeteelt, wat toen
absoluut niet op IJsland aanwezig was.
In oude geschriften,
het Íslendingabók, is terug te vinden dat de eerste
bewoners die op IJsland kwamen wonen Ierse monniken
waren en geen Vikingen. Ze kwamen hier aan het eind
van de 8ste eeuw om er een vroom en vredig leven te
kunnen leiden. Maar toen kwamen de Vikingen, en de
monniken vluchtte weg.
|
De eerste verkenner die
vanuit zweden op IJsland terechtkwam was op weg van
Noorwegen naar de Faeröer. Hij verdwaalde en dreef naar
de oostkust van het eiland en gaf het de naam Snœland
(Sneeuwland). De tweede Zweedse zeeman stuitte, na door
een storm afgedreven te zijn, onverwachts op het land.
Hij was de eerste die het hele land omzeilde en
vaststelde dat het om een eiland ging. Vervolgens
verbleef hij daar één winter, en bij zijn vertrek gaf
hij het eiland de naam Garðarshólmur (Garðar's eiland).
De derde gaf het eiland haar huidige naam, IJsland.
Volgens zeggen had hij drie raven bij zich had die hem
hielpen het onbekende eiland te vinden. Nadat hij het
had gevonden bleef hij daar |
 |
|
wonen, maar al tijdens de
eerste strenge winter verhongerde al zijn vee en is hij
weer met de noorderzon vetrokken.
De eerste permanente
bewoner van IJsland is de Noor Ingólfur Arnarson. Hij
kwam in 874 met zijn schip aan land bij de huidige
plaats Ingólfshöfði aan de zuidoostkust. Daar bracht hij
zijn eerste winter door. Vervolgens trok hij na enkele
jaren weer verder en kwam hij aan in een baai in het
zuidwesten van het eiland, waar hij definitief ging
wonen. Omdat hij overal rookpluimen zag noemde hij deze
plaats Reykjavík, wat ´Rookbaai´ betekend. De
rookpluimen die hij zag kwamen van de stoom van de warme
bronnen.
Veel andere Noorse stamhoofden volgden het voorbeeld van
Ingólfur, en al snel verrezen er overal langs de kust
nieuwe nederzettingen.
Na de emigratieperiode moesten er afspraken gemaakt gaan
worden over bijvoorbeeld het grondgebruik. Daarom werd
in 930 het in Noorwegen beproefde Þing-systeem ingevoerd
en kwam volksvertegenwoordiging, het Alþing, voor het
eerst bij elkaar.
Vervolgens kwamen elk jaar de grondeigenaars,
handeldrijvers, boeren, krijgslieden, en anderen bijeen
om zaken te doen, om recht te spreken, om ruzies uit te
vechten, om te trouwen, om nieuwe wetten te maken,
nieuwtjes te vertellen, en om nog veel meer te bespreken
of te regelen. De wetten werden mondeling overgedragen
en pas in de 12de eeuw konden ze het schriftelijk
vastleggen nadat de schrijfkunst naar IJsland kwam.
Het Alþing wordt wel gezien als 's werelds oudste
parlement. Er is namelijk geen absolute macht, zodat de
macht bij het volk ligt. IJsland werd verdeeld in vier
regio’s met ieder drie þings. Zo ontstond het begin van
het IJslands Gemenebest die vier en een halve eeuw
bestond.
In deze periode bloeide IJsland op. Er volgden drie
eeuwen van bloei en vrijheid. Uit deze periode kwamen de
vele saga’s maar werd ook de Edda geschreven, literatuur
van hoog niveau. De Edda bevat delen van de oude
mythologische verhalen van Noordelijk Europa, maar ook
richtlijnen omtrent de poëtische overdracht ervan.
In 1000 n. Chr. werd ook het christendom officieel
erkend door het Alþing. En zo’n 56 jaar later kreeg
IJsland zijn eerste bisschop.
In de 11de en 12de eeuw kwam er een periode van verval,
de macht van het Alþing nam af, en enkele families
kregen steeds meer macht. De Sturlungs waren daar een
voorbeeld van. De clans van deze familie namen
langzaamaan de andere families over. In het jaar 1235
werden zij de getrouwe van de koning van Noorwegen. In
1262 was het Alþing niets anders dan een marionet van de
Noorse koning nadat ze hem eeuwig trouw hadden gezworen.
Hiermee eindigde ook de bloedigste periode van de
IJslandse geschiedenis.
IJsland kwam onder Deens bestuur toen Noorwegen en
Denemarken in de 14e eeuw verenigd werden. Door de Unie
van Kalmar in 1397 werd het er niet beter op IJsland, de
belastingen werden verhoogd en waren nauwelijks meer op
te brengen. Daar bovenop werd het land ook nog eens
getroffen door een pestepidemie.
In de periode 1540-1550 werden de IJslanders verplicht
om over te stappen op het lutherse geloof. De laatste
katholieke bisschop verzette zich hier tegen maar moest
het helaas bekopen met de dood, hij werd na een
schijnproces in 1550 onthoofd.
De Deense koning besloot vervolgens tot een
handelsmonopolie, alleen Deense kooplui mochten handel
drijven met IJsland. De IJslandse vis, wol en vlees
werden voor een paar centen gekocht, maar de IJslanders
moesten voor de ingevoerde producten woekerprijzen
betalen. Ondanks de risico op hoge straffen dreven ze
toch handel met andere landen waaronder ook met
Nederland. Drop, peperkoek, suiker, koffie, tabak en nog
veel meer werden geruild voor truien, sokken en wanten.
De 18de eeuw werd een zwarte bladzijde in de
geschiedenis, een derde van de bevolking stierf aan een
pokkenepidemie. Er waren vervolgens ook nog eens vele
aardbevingen en vulkaanuitbarstingen op het eiland
waardoor er ook niet kon worden geoogst. Vele mensen
stierven door deze rampen en het inwonersaantal daalde
dramatisch op IJsland. Men was toen zelfs van plan alle
overlevenden over te brengen naar Denemarken, maar men
heeft daar toch maar van afgezien.
Ook werd in deze eeuw het Alþing opgeheven.
|
|
In de 19de eeuw ging alles
weer beter het Alþing werd weer opgericht en er ontpopte
zich een leider die voor meer zelfstandigheid streed,
Jón Sigurdsson. Dankzij deze vreedzame strijd kwam ook
de opheffing van het Deense handelsmonopolie.
In 1874, duizend jaar na het ontstaan van de eerste
nederzetting, kreeg IJsland een eigen grondwet. De
werkelijke macht was nog steeds in handen van de Denen
maar het Alþing kreeg meer bevoegdheden, vooral op
financieel gebied.
Desondanks emigreerden er vele IJslanders naar Canada en
Amerika voor een betere toekomst, want de veranderingen
voor de bevolking zelf gingen maar moeizaam en traag.
|
 |
|
In 1903 kreeg IJsland een
minister van IJslandse Zaken. Deze functie kreeg in 1918
de status van minister-president en door het sluiten van
een Personele Unie werd het land nagenoeg zelfstandig.
De meeste buitenlandse zaken werden nog door de Denen
behartigd en ook de territoriale wateren werden door hun
beschermd.
Toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Denemarken werd
bezet door de Duitsers waardoor de communicaties met het
Deense bestuur werd verbroken. De Britten waren bang dat
de Duitsers misschien IJsland zouden bezetten en zijn er
toen zelf maar binnen gevallen. In 1941 namen de
Amerikanen het land over.
In 1944 kozen de IJslanders tijdens een referendum voor
een totale onafhankelijkheid. In Þingvellir werd
vervolgens op 17 juni de IJslandse republiek officieel
uitgeroepen.
Na de onafhankelijkheidsverklaring waren er nog
Amerikaanse troepen op het eiland. Zij bleven daar tot
het einde van de oorlog gestationeerd. Na de oorlog
mochten de Amerikanen Keflavík als hoofdbasis handhaven.
Er bleven nog enkele duizenden manschappen achter
aangevuld met IJslanders.
In 1949, niet iedereen was het er mee eens, werd IJsland
lid van de NAVO en kregen ze het bestuur over Keflavík
terug.
In de jaren ’60 en ’70 stond het land in de
schijnwerpers vanwege de vis. De visserij werd
aanzienlijk gemoderniseerd en hiermee werd de visexport
dé economische peiler van het land. Ook de buitenlandse
vissers kwamen hier hun graantje van meepikken waardoor
de visstand in de wateren rondom IJsland werd bedreigd.
Hierdoor had IJsland geen andere keuze dan het
uitbreiden van de visgronden. In 1952 was de visgrens op
4 mijl vanuit de kust, maar in 1975 was dat gegroeid
naar 200 mijl.
Het land kwam regelmatig in conflict met de vissende
buurlanden. Met Engeland werd tot drie maal toe een
zogenaamde kabeljauwoorlog uitgevochten.
Het is de vis geweest die IJsland economisch welvaart
heeft gebracht, maar men realiseerde zich terdege dat de
afhankelijkheid hiervan te groot was om de toekomst
rooskleurig tegemoet te zien. Men moest op zoek naar
andere exportmarkten.
In 1986 kwamen Gorbatsjov en Reagan naar IJsland om
elkaar te ontmoeten. Het zou een veel besproken
ontmoeting worden. Gorbatsjov kwam met een voorstel voor
een radicale vermindering van de strategische wapens.
Omdat Reagan daarop reageerde met nog radicalere
voorstellen, stonden de beide leiders op een gegeven
moment op het punt de hele strategische bewapening af te
schaffen. Zover kwam het jammer genoeg niet. Gorbatsjov
stond er op dat de Amerikanen het onderzoek naar SDI (Strategic
Defense Initiative) zouden stoppen. Toen bleek dat
Reagan daartoe niet bereid was, mislukte de bijeenkomst
alsnog.
Hoewel de visserij nog steeds de motor is van de
economie is men sinds kort bezig met de ontwikkeling van
geothermische energie en het gebruik van waterkracht.
Geothermische energie wordt voornamelijk gebruikt voor
verwarming van huizen en gebouwen, maar ook voor
bijvoorbeeld de aluminiumsmelter bij Hafnarfjördur. De
waterkracht wordt gebruikt voor de elektriciteit.
IJsland is hiermee (per hoofd van de bevolking) koploper
in het gebruik van geothermische energie voor de
opwekking van elektriciteit.
IJsland heeft niet officieel de commerciële walvisjacht
afgezworen, maar in augustus 2007 maakte de minister van
Visserij bekend dat hij geen nieuwe vangstquota zal
vaststellen voor de walvisjacht, omdat er geen markt
meer is voor het vlees.
Aan het begin van de 21ste eeuw maakte de IJslandse
financiële sector een snelle groei door
en het vormde uiteindelijk zelfs ongeveer een derde deel
van de totale economie.
IJslandse banken waren actief in landen als het Verenigd
Koninkrijk en Nederland en door het bieden van een
aantrekkelijke rente wisten ze vele spaarders over te
halen om bij hen een rekening te openen. Toen kwam de
kredietcrisis en kwamen vele banken wereldwijd in de
financiële problemen, zo ook op IJsland. De banken
konden niet meer aan hun verplichtingen voldoen en een
groot aantal klanten deed een beroep op het
"garantiestelsel" dat was opgezet om met name kleinere
spaarders te beschermen tegen een faillissement van de
bank. Ook de overheid was niet in staat om alle
ingelegde gelden terug te betalen.
IJsland kreeg een lening aangeboden zodat het land
alsnog aan alle verplichtingen kon voldoen. Maar de
aflossing van die schuld zou nog vele jaren een zeer
negatieve invloed kunnen hebben op de IJslandse
economie. |
|
|
|
|